Visie

Ouder worden, het einde of begin van een nieuwe fase?

We worden ouder en leven langer. Nooit eerder hebben in de westerse wereld zoveel mensen zo’n hoge leeftijd bereikt. In honderd jaar tijd is de levensverwachting van 40 naar 80 jaar gestegen en de kans om 65- jaar te worden is verdrievoudigd naar 90%. Een grote vooruitgang vinden velen maar geldt dit voor iedereen? Temeer omdat deze langere levensduur niet het resultaat is van een genetisch beter lichaam; de veranderingen in onze omgeving hebben hiervoor gezorgd: beter eten, schoon drinkwater en het uitbannen van allerlei infectieziekten. Tegelijkertijd kan er, als we ziek worden, effectief worden ingegrepen.  

Medisch-biologisch gezien gaat de vooruitgang dus snel maar zijn we daar ook sociaal en emotioneel op ingesteld? En is onze maatschappij al aangepast op dit nieuwe gegeven?

Feit is dat we toe zijn aan het opnieuw vorm- en betekenis geven aan deze nieuwe en verlengde levensfase.

We stellen ons de vraag of ouder worden het laatste levensdeel is of onderdeel van het hele levensproces dat daarom opnieuw inrichting behoeft.

  • Veranderend individueel perspectief.

De 60- plusser van nu is een andere 60- plusser dan die van 20 jaar geleden, de levensfilosofie is behoorlijk veranderd. In het verleden was het zo dat als je de 65 jaar gepasseerd was je aan het laatste stukje van je leven begon. Je baan hield op en je ging rentenieren. Je leefde gemiddeld nog een jaar of 10 na je pensioen en je wachtte af wat het leven nog voor je in petto had. Er waren volop voorzieningen waar de oudere mens naar toe kon gaan als lichamelijke beperkingen om de hoek kwamen kijken en men meer afhankelijk werd van verzorging en mantelzorg.

De welvaartsgroei en de verhoging van het opleidingsniveau voor een breed deel van de bevolking heeft bijgedragen aan een andere kijk op het ouder worden. Ontwikkelingen op het medische vlak hebben ervoor gezorgd dat de 65 plussers de verouderingsklachten op een later tijdstip in hun leven tegenkomen. Deze klachten zijn als het ware opgeschort. Je blijft langer gezond terwijl je maatschappelijk gezien bij de groep ouderen behoort. Althans zo was tot voor kort het beeld van de niet meer werkende. Maar zo eenvoudig is het niet meer. Lekker met pensioen gaan en je als oudere gedragen past niet meer. Deze traditionele levensinvulling is door processen als de ver-individualisering en ontkerkelijking afgekalfd. Van de tegenwoordige mens wordt verwacht dat je zelf invulling en betekenis geeft aan het leven en dat je daar je eigen vorm en richting aan gaat geven. Dit nieuwe denken over veroudering en vitaliteit vraagt een omslag in het denken. Hierbij mag tevens meegenomen worden waar de verantwoordelijkheid ligt tussen wat men zelf regelt en wat men van de overheid mag verwachten.

De ouderen van nu wordt geacht meer regie en eigen betekenis te geven aan deze fase.

Maar hoe gaan we dit doen ?

Dr. Hanne Laceulle (gepromoveerd aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht) beschrijft 2 hoofdlijnen rondom ouder worden. 
Allereerst zien we verhalen rondom het lichamelijk en geestelijk verval wat het ouder worden met zich meebrengt. Gericht op achteruitgang in deze levensfase.

Daarnaast zien we een andere hoofdlijn die zich kenmerkt op verbetering en het ontkennen van het ouder worden. Ouderen die zo lang mogelijk vitaal en fit blijven. De manier om de ouderdom op afstand te houden. In deze lijn wordt teveel benadrukt dat goed oud worden alleen bestaat uit zolang mogelijk jong te blijven. Dit gevecht ga je verliezen.

Prof. Rudi Westendorp (hoogleraar ouderengeneeskunde aan de universiteit van Leiden en Kopenhagen) beschrijft het ouder worden in termen als “succesvol ouder worden”. 
Hij pleit ervoor dat de ouderen van nu zich meer moeten afvragen hoe zij dit langere leven vorm en inhoud  kunnen geven.

Om dit te bewerkstelligen vindt hij dat de ouderen meer met elkaar in gesprek moeten gaan hoe je op latere leeftijd nog iets moois van het leven kan maken. De meeste ouderen van nu voelen zich niet oud. Het gaat om de ervaren gezondheid. Het gaat niet om ontkenning van gezondheidsklachten maar om aanpassing hoe om te gaan met beperkingen en belemmeringen die het ouder worden met zich mee brengen. Ziekte en verval horen bij het ouder worden, alleen je levenshouding en hoe je met dit verval van lichaam en geest omgaat kun je beïnvloeden. Deze instelling gaat uit van veerkracht, motivatie en energie van de mens.

Naast het lichamelijke welbevinden gaat het bij de ouderen zeker en misschien nog wel meer om het sociale welbevinden. Een netwerk van familie,  goede vrienden en contacten draagt bij aan het gevoel van welbevinden.
Westendorp is van mening dat ons denken over ouder worden nog teveel gericht is op het voorkomen van ziekten en gebreken en te weinig op het welbevinden van de ouderen.
Het nieuwe denken over vitaliteit en veroudering verlangt volgens hem een omslag in het denken. De stem van de ouderen dient hier daarom ook meer naar voren te komen. Het is wenselijk dat de ouderen  dit meer vorm gaan geven.

Wij onderschrijven het idee dat er genuanceerde verhalen zijn te vertellen en te leven.
Waarom niet het onderscheid tussen oud en jong minder prominent stellen en het ouder worden niet als een los staande eindfase na het werkzame betekenisvolle leven zien maar als een waardevol onderdeel van het levensproces?
Immers je kunt het ouder worden ook zien als een nieuwe fase van persoonlijke groei en ontwikkeling. Belangrijk daarbij is dat je je eigen kwetsbaarheid – die hoe je het ook wend of keert zal groeien – kunt integreren.

We pleiten ervoor dat je je niet krachtig verzet tegen het proces van ouder worden maar dat je door het te aanvaarden er beter mee om kunt gaan. Het toenemen van kwetsbaarheid hoeft niet te betekenen dat je leven verarmd, juist door het te accepteren kun je nieuwe maatschappelijke relevantie vinden. We noemen dat regie nemen.

  • Veranderend politiek en financieel perspectief:


Naast of wellicht wel door bovenstaande individuele ontwikkeling zie je op politiek en maatschappelijk vlak een zelfde soort ontwikkeling.

De steeds ouder wordende mens wordt als een steeds meer zware –financiële- last voor onze maatschappij ervaren. Maatregelen als het verhogen van de AOW leeftijd en de transitie in de zorg moeten het betaalbaar houden. Nieuw beleid is dat de maatschappelijke kosten van de groeiende groep ouderen niet alleen bij de gemeenschap in totaliteit neergelegd worden maar dat deze ook individueel gedragen moeten worden. De directe omgeving moet zoveel mogelijk ingeschakeld worden en naar draagkracht bijdragen.

Je zou deze ontwikkelingen negatief kunnen labelen maar er kan ook zomaar een nieuw perspectief ontstaan door de geschetste persoonlijke en maatschappelijk/politieke ontwikkelingen te koppelen.